Zorg
Tegen 2035 is in Overijse 23,6% van de bevolking ouder dan 65 jaar (momenteel bedraagt dit 21,2%). Daarmee heeft Overijse het hoogst aantal 65+ in de Druivenstreek. We moeten ons zorgaanbod aanpassen aan deze verzilvering.
De goedkoopste vorm van zorg, zowel voor de maatschappij als het individu, is zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen (of men nu oud wordt, ziek is of een beperking heeft). Dit kan alleen als er voldoende omkadering is, door meer zorg aan huis.
Mantel- en thuiszorg
Mantelzorg is één vorm van zorg aan huis. Tegen 2030 tellen we nog maar 5,8 (momenteel 8,1) mantelzorgers per 80-plusser. We moeten inzetten op de uitbouw van mantelzorg door verdere sensibilisering en ondersteuning. De huidige mantelzorgers hebben nood aan ondersteuning door het organiseren van praatcafés mantelzorg (samenkomen met lotgenoten), door het organiseren van respijtzorg (hen tijdelijk ontlasten van zorg). Dit kan gebeuren door oppasdiensten, door een dagopvang of dagverzorgingscentrum, door nachtzorg.
De nauwe samenwerking tussen de diensten van het OCMW met de Welzijnskoepel (vereniging van OCMW’s) moet blijven. Zij zijn momenteel de grootste aanbieder van gezinszorg in Overijse. Vanuit de Welzijnskoepel wordt er ook nachtzorg aangeboden.
1 op 5 jongeren tussen de 11 en 18 jaar is mantelzorger. Hier moet voldoende aandacht voor zijn binnen onze middelbare scholen. Dit kan via extra aandacht vanuit de (zorg)leerkracht, door hiermee rekening te houden bij het geven van huiswerk, door in contact te brengen met lotgenoten (chatbox),… In feite komt het neer op een beetje meer me-time.
Onze sociale werkers binnen de eigen thuisdiensten (maaltijden aan huis, vervoer voor wie minder mobiel is, poetsdienst en sociaal restaurant), kunnen momenteel de vraag niet aan. Daarnaast organiseren zij soms ook de zorg. Zij nemen contact op met betrokken zorgverleners, organiseren een zorgoverleg waarbij een zorgplan wordt afgesloten op basis van de noden van de cliënt, een soort van ‘zorgcoach’ dus. Daarnaast is er een tekort aan vrijwilligers die als chauffeur wensen te werken en hebben we ook poetspersoneel te kort. Om deze redenen moet er een uitbreiding komen van de thuisdiensten.
Om dit alles nog beter te ondersteunen kiezen we ervoor om een lokaal dienstencentrum op te richten.
Het lokaal dienstencentrum:
- Is de draaischijf voor buurtgerichte zorg;
- Is ten minste 1x per maand aanwezig in elk gehucht/wijk;
- Kan een ontmoetingsplaats zijn voor kwetsbare inwoners;
- Maakt een analyse per gehucht om buurtzorg op maat uit te werken;
- Coördineert de vrijwilligerswerking;
- Organiseert bezoeken, voorleesmomenten,… bij alleenstaande inwoners;
- Ter aanvulling van de reeds bestaande thuisdiensten kan er plaats zijn voor een sociale klusjesdienst, een boodschappendienst, administratieve dienstverlening;
WZC Mariëndal
Overijse heeft een eigen woonzorgcentrum, ‘Mariëndal’. Het tekort aan zorgpersoneel zal ook de volgende legislatuur een uitdaging betekenen. Daarom moet er intensief en creatief gewerkt worden aan het invullen van de vacatures, zoals bijv. met zij-instromers (nog geen opleiding in de zorg gehad of zelfs een andere beroepscarrière).
We verlengen het project ‘Trialoog’ waarbij in samenwerking met bewoners en hun familie en het personeel gewerkt wordt aan een nieuwe visie op wonen en leven. Naar bewoners toe wil dit zeggen meer inzetten op huiselijkheid, tuin en omgeving. Door hierrond te werken wordt ook voor het personeel een aangenamere werkomgeving gecreëerd, wat hopelijk ook personeel aantrekt.
Dagopvang en sociale assistentiewoningen
De dagopvang voor ouderen (CADO) heeft een tijdelijk onderkomen gevonden in het Woonzorgcentrum Mariëndal. Er moet dus nagedacht worden over een lange termijnvisie. Daarnaast zijn de assistentiewoningen in ‘den Blijk’ hopeloos verouderd en voldoen niet meer aan de huidige normen qua energie bijvoorbeeld. Het bouwen van een dagopvang gecombineerd met nieuwe assistentiewoningen op de site aan de J.B. Dekeyserstraat 65 kan hier een oplossing voor bieden.
Welzijn
Welzijnshuis
De realisatie van het ‘Welzijnshuis’ is gepland voor 2026. Hier kunnen inwoners met al hun vragen rond zorg en welzijn terecht. Naast de gemeentelijke diensten (sociale dienst, thuisdiensten, …) hebben ook externe partners (CAW en andere welzijnsorganisaties) hier een plek. Ook het consultatiebureau van Kind & Gezin en ‘Het Huis van het Kind’ gaan er fysiek aanwezig zijn. Zo verwezenlijken we het geïntegreerd breed onthaal: de inwoners van Overijse moeten nog maar naar 1 plek, de Vuurmolen.
Het samenzitten in 1 huis zal ook de samenwerking tussen de gemeentelijke diensten en de externe partners, maar ook tussen de externe partners onderling, nog verbeteren.
In het Welzijnshuis zal er een zorgcoach zijn die instaat voor de coördinatie van de zorg. Deze rol wordt al dan niet opgenomen door onze medewerkers van de thuisdiensten. De zorgcoach neemt indien nodig contact op met zorgverleners of organiseert een zorgoverleg.
Fysiek Welzijn
We stellen de volgende maatregelen voor om het fysieke welzijn van de Overijsenaars te verhogen:
- Inzetten op valpreventie door het organiseren van een beweegprogramma om vallen te voorkomen. Daarnaast kan je ook je huis veilig maken. Dit kan met ondersteuning van de mutualiteit, via een ergotherapeut. Hiervoor kan ook een sociale klusjesdienst belangrijk zijn. Vallen is niet enkel een fysieke pijn, maar ook een geestelijke pijn. Schrik om te vallen maakt dat mensen zich isoleren.
- Sensibilisering rond de verschillende mogelijkheden m.b.t. valpreventie
- Actief inzetten op preventieve campagnes (zoals onderzoek naar darmkanker, borstkanker)
- Samen met LOGO (regionaal gezondheidsoverleg en -organisatie) inzetten op gezondheidspreventie door o.a. de gezondste wandeling te promoten.
Mentaal Welzijn
Ongeveer 1 op 3 jongeren tussen 15 en 24 jaar zit niet goed in zijn vel. 1 op 5 Vlamingen heeft ernstige psychische problemen. De problemen ontstaan vaak al op jongere leeftijd. Bij mensen met eetstoornissen is de helft jonger dan 18 jaar. Bij een kwart van de mensen ontwikkelt een depressie zich al voor de leeftijd van 16 jaar. Psychische stoornissen door overmatig alcoholgebruik beginnen rond de leeftijd van 18 jaar.
Deze cijfers tonen het belang aan om volop in te zetten op mentaal welzijn, met name bij kinderen en jongeren:
- Ondersteuning en verdere uitbouw van het Psychologisch, Therapeutisch Centrum (PTC), door indien nodig het aanwerven van extra psychologen;
- Blijven inzetten op de jeugdwelzijnswerker in samenwerking met het CAW, met name op het vlak van toeleiding naar professionele hulp;
- Het project ‘A place called home’, waar jongeren begeleid worden in zelfstandig wonen, verder blijven zetten;
- Het creëren van ontmoetingsplaatsen (bijv. in een lokaal dienstencentrum/ontmoetingscentrum) om zo vereenzaming tegen te gaan; De praatgroep rond rouw en verlies blijven organiseren;
- Meewerken aan uitbouw van TEJO (Therapeuten voor jongeren) in de Druivenstreek. Hier kunnen jongeren (10-20 jaar) gratis, anoniem, onmiddellijk zonder afspraak terecht voor kortdurende sessies;
- Ook de werking van 1 gezin 1 plan verder blijven ondersteunen. Dit project coördineert wat er rond 1 gezin gebeurt, bijv. ondersteuning door OCMW en/of zorgjuf en eventueel therapie in het PTC.
Dementievriendelijke gemeente
De prognose is dat het aantal personen met dementie in Overijse sterk zal stijgen: van 516 in 2018 tot 712 in 2035. Dat is een stijging van 38%. Volgens het Expertisecentrum Dementie Vlaanderen kan investeren in preventie en een gezonde leefstijl op middelbare leeftijd (40-75 jaar) deze negatieve ontwikkeling tegengaan. We vinden het daarom belangrijk dat de gemeente hieraan werkt samen met Logo.
Personen met dementie hebben moeite om belangrijke informatie te herkennen. Ze worden daardoor onzeker, vaak angstig en raken geïsoleerd. Met extra ondersteuning van iedereen die met hen te maken krijgt, kan het leven van personen met dementie weer meer kleur krijgen. Iedereen kan wat voor hen betekenen: van de gewone burger, de gemeenteambtenaar en de zorgverlener, tot de winkelier, de verenigingen en de sportclubs.
Een belangrijke richtlijn is dat we voorbij het medische kijken en de mens achter de patiënt blijven zien. Of zoals het credo luidt: ‘Vergeet dementie, onthou mens’.
Het behalen van de label ‘dementievriendelijke gemeente’ blijft het doel. De aanvraag is ingediend. Onderdeel hiervan is het uitwerken van een visietekst en het opstellen van een lokaal beleidsplan dementie (o.a. naar andere beleidsdomeinen zoals vrije tijd en lokale handel) en dit met medewerking van de referentiepersoon dementie van het WZC Mariëndal.
Daarnaast moet er nog verder ingezet worden op sensibilisering. Dit door het ondersteunen van de praatcafés dementie, georganiseerd door de vzw Mozaïek en door verder te blijven werken met de fietstas ‘Eerste Hulp Bij Dementie’, die te ontlenen is in de bibliotheek. Ook mantelzorgers van personen met dementie verdienen om ondersteund te worden door het blijven organiseren van Dementie en (N)u sessies (DEN).
We zijn gestart met het uitwerken van een dementievriendelijke wandeling.
Zorgzame buurten
Een zorgzame buurt is een buurt waar mensen comfortabel in hun woning of vertrouwde buurt wonen. Waar jong en oud elkaar kennen en helpen. In een zorgzame buurt staat levenskwaliteit centraal, voorzieningen en diensten zijn er voor iedereen toegankelijk. Iedereen voelt er zich goed en wordt geholpen, ongeacht de ondersteuningsbehoeften.
Dit kan enkel gerealiseerd met participatie van de buurt, een goede afstemming tussen de informele (bijv. mantelzorg) en formele zorg en door een goede samenwerking tussen de welzijns- en zorgpartners met onderling en met andere partners uit de buurt.
Zorgzame buurten gaan breder dan enkel het domein Zorg. Ook andere sectoren zoals ruimtelijke ordening (bijvoorbeeld levensloopbestendig bouwen, alternatieve woonvormen,…), vrije tijd (organiseren van laagdrempelige culturele activiteiten in de wijk, mobiele bibliotheek,…), publieke ruimte (zitbanken, groenvoorzieningen,…), mobiliteit (goede fietsverbinding, brede en goede voetpaden,…), vrijwilligerswerking,… moeten betrokken worden.
In 2021 lanceerde het Vlaams Gewest een projectoproep ‘Zorgzame buurten’. In totaal hebben 133 buurten ingetekend. De resultaten van deze projecten (zie www.zorgenvoormorgen.be/zorgzamebuurten) zijn inspirerend voor Overijse.
De meeste zorgzame buurten zetten bij aanvang vooral in op ontmoeting tussen buurtbewoners. Het vraagt nl. tijd om het vertrouwen te winnen en een professioneel netwerk op te bouwen. Ontmoeting kan via buurtbabbels, onthalen van nieuwe bewoners in de buurt, koffie-rondes in de buurt. Wanneer men minder mobiele bewoners wil betrekken moet er rekening gehouden worden met de afstand. 700 meter wordt als maatstaf genomen. Voor sommige wijken wil dit zeggen extra ontmoetingsplaatsen creëren.
Ook het ‘kleine helpen’ kan een goede start zijn. Hierbij wordt ingezet op het samenbrengen van hulpvraag en hulpaanbod in de buurt, al dan niet via een digitale tool zoals Hopler.
Op www.zorgenvoormorgen.be/zorgzamebuurten komen al de stappen, beginnend bij de buurtanalyse (het bevragen en betrekken van inwoners), dan het opzetten van samenwerkingen, de effectieve uitrol en de reflectie aan bod. Er is ook een overzicht van mogelijke beginsituaties en hun bijbehorende doelen, acties en drempels. Dit is gebaseerd op de ervaringen van de 133 werkingen.
Elke zorgzame buurt is uniek en de buurtwerking is iets wat groeit (het proces is belangrijk). Maar dit kan enkel door professionele ondersteuning, voldoende personeel is belangrijk voor een structurele aanpak.
